OpenAI wil het gesprek aangaan over de grondbeginselen van onze democratie. Met het 'Strategic Futures'-team, onder leiding van beleidsexpert Dean Ball, presenteert de AI-gigant zichzelf als een hoeder van individuele vrijheden. Ball grijpt in een recent essay terug op de Federalist Papers en de Amerikaanse grondwet om te waarschuwen voor de maatschappelijke gevaren van geavanceerde kunstmatige intelligentie.
Het centrale argument van Ball is dat AI de machtsverhoudingen in de samenleving ingrijpend kan verstoren. Historisch gezien ontleenden burgers hun politieke invloed aan het feit dat overheden hen nodig hadden voor defensie, belastinginkomsten en bureaucratie. Wanneer autonome systemen en geavanceerde robotica deze taken overnemen, dreigen burgers hun onderhandelingspositie ten opzichte van de staat te verliezen.
De paradox van machtsconcentratie
Dat juist OpenAI waarschuwt voor een concentratie van macht is opmerkelijk. Het bedrijf is immers zelf een van de meest invloedrijke spelers in een techsector waarin kapitaal en invloed zich in hoog tempo centraliseren.
Ball stelt echter dat concurrentie tussen private partijen minder gevaarlijk is dan een overheidsmonopolie op superintelligentie. Zolang private bedrijven onder streng toezicht staan van een meegroeiende overheid, ziet hij een 'polycentrische wereld' met meerdere concurrerende AI-modellen – zoals die van OpenAI en Anthropic – als de meest veilige structuur.
Een 'Federal Reserve' voor AI-ontwikkeling
Om de maatschappelijke controle over technologie te behouden, pleit Ball voor het ontwerpen van nieuwe politieke instituties. Bestaande wetgeving schiet volgens hem tekort om de angst in de samenleving over het tempo van de technologische versnelling weg te nemen.
Hij stelt een orgaan voor dat qua opzet lijkt op de Federal Reserve, maar dan gericht op rekenkracht (compute). Een dergelijke instantie zou flexibel kunnen bepalen welk percentage van de beschikbare rekenkracht een AI-lab mag inzetten voor automatische AI-ontwikkeling versus publieke toepassingen. Door aan deze knoppen te draaien, kunnen beleidsmakers de snelheid van technologische verspreiding reguleren zonder de innovatie direct te blokkeren.
Welvaart en de rol van de markt
Op economisch vlak blijft Ball trouw aan de klassieke visie van Silicon Valley. Hij ziet kunstmatige algemene intelligentie (AGI) hoofdzakelijk als een instrument voor grootschalige welvaartcreatie. Volgens Ball vangen vernieuwers slechts een klein deel op van de totale waarde die ze voor de maatschappij realiseren. Pas wanneer het huidige belastingstelsel tekortschiet in een door AI gedreven economie, moeten er volgens hem aanvullende herverdelingsmechanismen worden overwogen.